Ga naar het resultatenoverzicht

Rechter: BKR-registratie inzake WSNP moet worden verwijderd

dinsdag 6 februari 2018

Cliënt heeft in maart 2006 een krediet afgesloten bij Neckermann. Nadat haar toenmalige relatie stukliep, moest cliënt alle betalingsverplichtingen voldoen uit slechts haar inkomen. Cliënt heeft lang geprobeerd haar financiën gedegen te beheren, echter bleek dit onmogelijk vol te houden, waarna een betalingsachterstand is ontstaan. Nadien heeft Vesting Finance de vordering overgenomen van Neckermann, waarbij Vesting Finance cliënt negatief in het CKI heeft geregistreerd. Cliënt heeft zich uiteindelijk gemeld voor het WSNP-traject, waarna zij in augustus 2017 haar schone lei heeft verkregen.

Dynamiet:

Dynamiet heeft namens cliënt aangevoerd dat zij haar uiterste best heeft gedaan om de situatie betreffende de betalingsachterstand op te lossen. Na enige tijd heeft zij zich echter gemeld bij de gemeente voor een schuldhulpverleningstraject. Haar schuldhulpverlener beheerde haar financiën echter niet op correcte wijze, waarna cliënt hierover naar de rechter is gestapt en in het gelijk is gesteld. Cliënt heeft zich vervolgens aangemeld voor het WSNP-traject. Cliënt heeft zich netjes aan haar verplichtingen gehouden in het WSNP-traject en de rechter verleende cliënt in augustus 2017 de schone lei-verklaring. Cliënt heeft, na het doorlopen van het WSNP-traject, een woning gekocht met haar partner. Door de negatieve BKR-registratie konden cliënt en haar partner echter geen hypotheek afsluiten, terwijl zij daar tot 26 januari 2018 de tijd voor hadden. Het belang van cliënt bij verwijdering van de registratie was dan ook zeer groot. Daarnaast was cliënt inmiddels financieel stabiel. Zij vormde dan ook absoluut geen gevaar voor zichzelf of voor de financiële sector.

Vesting Finance:

Vesting Finance heeft in eerste instantie getracht aan te tonen dat zij de negatieve registratie correct hadden gemeld. Daartoe hebben zij brieven overlegd uit 2013. De negatieve coderingen waren echter al in 2009 gemeld. Voor Dynamiet stond derhalve vast dat Vesting Finance had verzuimd de correctheid van de registratie aan te tonen. Dynamiet heeft dit punt vervolgens aangekaart en Vesting Finance, aan de hand van de omstandigheden van het geval, verzocht een belangenafweging te maken. Volgens Dynamiet diende de belangenafweging in het voordeel van cliënt uit te vallen. Vesting Finance reageerde hier op door geen acht te slaan op de desbetreffende omstandigheden en slechts te melden dat het ontbreken van een vooraankondiging of onderbouwende documentatie volgens hen geen grond opleverde om de registratie te verwijderen. Van een verplichte belangenafweging was dan ook geen sprake.

De rechter:

Cliënt heeft, gezien het spoedeisende karakter van de zaak, een kort geding tegen Vesting Finance aangespannen. Volgens de rechter moest er een toetsing van het doel van de registratie aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit plaatsvinden. Op die wijze moest het belang van cliënt worden afgewogen tegen het achterliggende belang van handhaving van de registratie.

Cliënt heeft voor de rechter aangegeven dat zij niet op de hoogte was van de negatieve registratie. Zij werd zich pas bewust van de registratie, nadat zij het WSNP-traject had doorlopen en een woning met haar partner had gekocht. Bij de aanvraag van de hypotheek kwam zij hier achter. Op dat moment heeft cliënt direct contact opgenomen met Vesting Finance om haar, relatief lage, schuld alsnog volledig te voldoen. Cliënt gaf aan dat zij, met haar partner, een nieuwe fase in haar leven wil beginnen zonder pijnlijke herinneringen uit het verleden.

Vesting Finance heeft in het kort geding aangegeven dat de einddatum op de registratie correct is gemeld na het doorlopen van het WSNP-traject, en het verkrijgen van de schone lei, door cliënt. Volgens Vesting Finance dient cliënt vijf jaar na de einddatum aan te tonen dat zij financieel stabiel is. Daarnaast stelt Vesting Finance dat cliënt de vordering tot verwijdering van de registratie kort na de einddatum heeft ingesteld. Tevens zou er geen noodzaak voor cliënt en haar partner zijn om een woning te kopen.

Voor de rechter staat vast dat er in het verleden sprake is geweest van een problematische schuldensituatie en dat de negatieve BKR-registratie terecht is gemeld. Daartegenover staat echter dat cliënt het WSNP-traject succesvol heeft doorlopen en dat aan haar een schone lei is verleend. Volgens de rechter betekent dit dat cliënt haar financiële verantwoordelijkheid aantoonbaar kan nemen. De rechter is eveneens van mening dat cliënt en haar partner financieel stabiel zijn, aangezien zij beiden een vaste baan hebben. Daarnaast hecht de rechter waarde aan het feit dat cliënt de schuld alsnog volledig heeft voldaan op het moment dat zij op de hoogte raakte van de negatieve registratie. Daar was zij, vanwege de schone lei-verklaring, immers niet toe verplicht. Ook is het volgens de rechter aannemelijk dat alleen de negatieve BKR-registratie het afsluiten van de benodigde hypotheek in de weg staat, omdat het algemeen bekend is dat een negatieve BKR-registratie meebrengt dat een hypotheek niet, of slechts zeer moeilijk, kan worden afgesloten.

De rechter oordeelt dat de vordering van cliënt toegewezen dient te worden. De negatieve BKR-registratie schiet het doel van kredietregistratie voorbij. De belangenafweging dient gemaakt te worden aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval. In dit geval had cliënt een groot belang bij verwijdering van de registratie, omdat het voldoende aannemelijk is dat het voor haar anders niet mogelijk is een hypotheek af te sluiten voor de door haar gekochte woning.

De beslissing:

De rechtbank veroordeelt Vesting Finance om de A2-codering onverwijld in het CKI van het BKR te verwijderen. Daarnaast veroordeelt de rechter Vesting Finance in de proceskosten, aan de zijde van cliënt tot op heden begroot op €1525,81.

Rechter: BKR-registratie inzake WSNP moet worden verwijderd