Terug naar alle berichten

Consument wint kort geding tegen SNS: BKR-registratie moet worden verwijderd

Geschreven door mr. I. de Deugd |
donderdag 31 mei 2018

Dat de stelling ‘de aanhouder wint’ zeker opgaat blijkt wel uit de zaak die enige tijd geleden is gevoerd tussen een cliënt en SNS Bank. Het ging in deze zaak om een consument die een kredietlimiet had afgesloten van 1.000 EUR bij de SNS Bank. Op een zeker moment werd deze limiet overschreden met een zeer klein bedrag van een luttele 12,55 EUR aan debetrente. Het gevolg was dat SNS een zware A2-codering registreerde. Cliënte zou echter op zeer korte termijn gaan trouwen en daarna met haar man een huis kopen. Haar droom viel helaas in duigen. De aanvraag voor een hypotheek werd afgewezen door de BKR-registratie.

Vanaf het moment dat sprake was van een overschrijding werden er vanuit SNS Bank een aantal brieven naar cliënt verstuurd met het verzoek deze debetstand aan te zuiveren. Omdat cliënte niet reageerde op deze brieven besloot SNS Bank om over te gaan tot het opzeggen van het krediet en eiste daarmee de vordering op; een totaalbedrag van 1.012,55 EUR. Ook hierbij ging het om maar een relatief klein bedrag. Om de achterstand grotendeels weg te werken maakte cliënte vervolgens een bedrag over naar SNS van 500 EUR.

Een halve maand later werd door SNS Bank een achterstandscodering gemeld op naam van cliënt bij BKR alsmede een code 2, die staat voor de opeising van de vordering.

Maandelijks maakte cliënte een bedrag over van 72 EUR, waardoor de achterstand steeds verder werd ingelopen. Op 11 juni 2014 was de volledige achterstand ingelost en heeft SNS Bank een herstelmelding geplaatst bij BKR. Deze H-codering betekent dat de achterstand die was ontstaan volledig is ingelopen (ofwel hersteld).

Uit bovenstaande feitenschets blijkt dus dat cliënt is geregistreerd voor een achterstand die begon met een overschrijding van nog geen twee tientjes. Een onbegrijpelijke zware maatregel gezien dit lage bedrag. Cliënte kon niet accepteren dat haar droom nu in duigen viel door het feit er eenmalig twee tientjes niet tijdig waren betaald. Ze besloot de harde strijd met SNS Bank aan te gaan.

Cliënte ’s belang:

Cliënte bevond zich door de BKR-coderingen in een zeer moeilijke situatie. Op 18 oktober 2017 heeft zij samen met haar partner een koopovereenkomst ondertekend voor een nieuwbouwwoning waarvoor de koopprijs 224.000 EUR bedroeg. Op het moment dat zij dit afsloten wisten zij niets af van de coderingen.

Op het moment dat cliënt en haar partner een hypotheek wilden afsluiten voor deze woning kregen zij van ABN Amro te horen dat zij deze hypotheek niet zouden krijgen. Cliënte had namelijk een A2-codering op haar naam staan en deze vormde een onoverkomelijke blokkade voor het toekennen van een hypotheek door de bank.

Kort geding: zaak verloren

Op 9 februari 2018 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van cliënte om de coderingen te verwijderen afgewezen. De reden van deze afwijzing was dat door cliënte onvoldoende was aangetoond dat de hypotheek niet kon worden verstrekt door de A2-codering die cliënt op haar naam had staan. Cliënte had tijdens de zitting geen afwijzing overlegd van een hypotheekaanvraag en dit kostte haar uiteindelijk de winst.

Vervolg

Maar, de aanhouder wint. Cliënte is verbijsterd over deze uitspraak en besluit haar droom nog niet zo snel te laten gaan. Zij start opnieuw een Kort Geding-procedure, waarbij dan wél de benodigde afwijzingen worden overlegd aan de rechter. Voor de goede orde kan hierbij nog worden aangegeven dat cliënte financieel zeer stabiel is en zij en haar partner jaarlijks een ruim (bruto) jaarinkomen (61.100 EUR) hebben. Het maakt de vraag waarom zij in bescherming genomen moeten worden nog sterker. Op basis van hun inkomen kunnen zij de maandelijkse lasten zonder enige zorg voldoen en achterstanden hebben zij nooit meer gehad. Wat voegt handhaving van de registratie dan nog toe?

Geschil

Kort samengevat verzoekt cliënte de rechter SNS bank te veroordelen in het verwijderen van de negatieve registratie, omdat het niet langer redelijk is deze te handhaven gezien de huidige situatie. Hiertoe overlegt zij nu alle onderbouwende stukken. Cliënte en haar partner hebben een duidelijk belang, namelijk de woning die zij hebben aangekocht, maar staan ook op het punt te gaan trouwen. Zij wonen op dit moment thuis bij hun ouders en de beslissing van SNS Bank om de coderingen te handhaven leidt er in de praktijk toe dat zij na hun huwelijk niet samen kunnen gaan wonen. SNS Bank lijkt zich hier niets van aan te trekken en acht het belang van het privéleven van cliënt en haar toekomstige echtgenoot niet zwaarwegend genoeg.

Beoordeling rechter

Nadat de rechter zich heeft uitgelaten over het belang van het verrichten van een belangenafweging en het vereiste van proportionaliteit gaat hij in op de concrete zaak van cliënte. Cliënte en SNS Bank hebben elk andere argumenten waarom de negatieve registratie dan wel of niet verwijderd zou moeten worden. Interessant is de manier waarop de rechter de financiele stabiliteit beoordeelt. Zij zegt hierover: ‘In het algemeen geldt een negatieve BKR-registratie voor de duur van vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar is bedoeld om een kredietnemer in de gelegenheid te stellen zijn financiële situatie duurzaam op orde te krijgen en te houden, zonder deze te belasten door het aangaan van nieuwe kredieten. De registratie van cliënt duurt inmiddels vier jaar. Niet blijkt dat er in die vier jaar nog andere negatieve BKR-registraties op naam van cliënt zijn geregistreerd. Dat levert op zichzelf al een indicatie op dat haar financiële situatie duurzaam op orde is. Daar komt bij dat een registratie automatisch na vijf jaar komt te vervallen zonder dat een kredietnemer daarvoor maar iets hoeft te doen. Een kredietnemer hoeft dus niet eerst aan te tonen dat hij zijn financiële situatie duurzaam op orde heeft om de op zijn naam staande registratie na vijf jaar te laten vervallen. In een situatie als deze, waar inmiddels al vier jaar zijn verstreken en niet blijkt van nieuwe negatieve BKR-registraties, is de vraag dan ook gerechtvaardigd wat cliënt (nog meer) dient te stellen en welke stukken zij dient te tonen om op voorhand te kunnen vaststellen dat zij haar financiële situatie duurzaam op orde heeft.’

Bovenstaande laat duidelijk zien dat het vereiste van financiële stabiliteit weliswaar belangrijk is, maar dat de bewijslast voor de cliënte hiertoe niet zó ver gaat als kredietverstrekkers de debiteur willen laten geloven. Het overleggen van salarisstroken (waaruit blijkt dat zij een stabiel inkomen hebben) en het op dat moment vrij zijn van andere negatieve registraties is voldoende (!). In de uitspraak blikt de rechter ook terug; hij geeft aan dat ten tijde van het ontstaan van de achterstand cliënte nog studeerde en daarmee in een totaal andere situatie verkeerde. Ook dit is relevant voor de vraag of het handhaven van de registratie op dit moment nog redelijk is. De conclusie is dat handhaven van de registratie om cliënte tegen overkreditering te beschermen en kredietverleners tegen haar in bescherming te nemen niet langer proportioneel is. SNS Bank moet de A2-codering verwijderen.

Recht op een eigen woning?

In deze uitspraak wordt nog een belangrijke uitspraak gedaan. Cliënte en haar partner stappen binnen korte tijd in het huwelijksbootje en zoeken daarom een eigen woning waar zij samen een toekomst kunnen gaan opbouwen. Op het moment van de zitting wonen zij allebei nog bij hun ouders in en beschikken dus niet over een eigen leefruimte. Veel kredietverstrekkers reageren naar aanleiding van de belangenafweging met de stelling dat de consument ‘niet dakloos is’ en nog ‘een dak boven het hoofd heeft’. Met andere woorden, het verwijderen van de negatieve codering is niet noodzakelijk. De discussie gaat dan ook vaak over deze vraag: moet er sprake zijn van noodzakelijkheid bij het verhuizen naar een andere woning? Wij van Dynamiet Nederland zijn van mening dat dit niet zo is en de rechter lijkt hierin mee te gaan: ‘Tot slot is van belang dat, hoewel cliënt en haar partner allebei nog thuis wonen en daarmee beschikken over woonruimte, zij en haar partner gaan trouwen, zodat het om die reden voorstelbaar is dat zij over een eigen woonruimte willen beschikken om te gaan samenwonen.’ Hoewel in de uitspraak niet benoemd is hier een duidelijke link te leggen naar artikel 8 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens, waarin het recht op gezinsleven wordt gegarandeerd. Ingevolge dit artikel heeft een ieder het recht op respect voor diens privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Cliënte heeft hier volgens de rechter het recht met haar toekomstige echtgenoot een leven op te bouwen en daaruit volgt logischerwijs dat zij daarvoor gaan samenwonen in een nieuw te betrekken woning. De invloed van een kredietverstrekker mag nooit zover reiken dat het privéleven op deze vergaande wijze wordt beïnvloed.

Conclusie

Met deze uitspraak is de consument weer een stap verder in het juridisch aanvechten van een onterecht gemelde BKR-codering. De overweging van de rechter biedt op meerdere manieren weer nieuwe munitie die kan worden gebruikt in de strijd tegen het onterecht beperken van hen die juridisch onterecht staan in het systeem van BKR. Dynamiet Nederland gebruikt ook deze uitspraak in haar werkzaamheden en concreet in de verzoeken die namens haar cliënten naar de kredietverstrekkers worden verstuurd.

 

Consument wint kort geding tegen SNS: BKR-registratie moet worden verwijderd